Het idee was zo mooi: wat nu als we alle onzekere factoren in projectmanagement onder controle zouden kunnen krijgen? De GROTIK-systematiek werd in de jaren tachtig ontwikkeld om grip te krijgen op alle aspecten van een bouw- of vastgoedproject – geld, risico, organisatie, tijd, informatie en kwaliteit. Door zo veel mogelijk vast te leggen, krijg je immers vanzelf (meer) controle.
Tot zover de theorie.
Veertig jaar later wordt de methodiek nog steeds toegepast, maar is de wereld veel onvoorspelbaarder geworden. De Deense wetenschapper Bent Flyvbjerg becijferde dat het overgrote deel van de grote bouwprojecten (99,5%) te veel kost, te laat wordt opgeleverd of niet voldoet aan de verwachtingen.
Is het nog wel realistisch om vast te houden aan dit controlemiddel? Of moeten we op een andere manier leren omgaan met onzekerheden? In deze serie gaan we hierover in gesprek met Brinkers. Ze delen lessen uit de praktijk, successen en mislukkingen om van te leren voor de toekomst.
In deze tweede aflevering komen projectmanagers Menno Meulebeek en Tim van Es aan het woord, over de R van GROTIK: risico.
Menno Meulebeek en Tim van Es hebben twee dingen gemeen. Ten eerste hebben ze allebei dezelfde ‘tweede natuur’: anticiperen op risico’s. Beide Brinkers kunnen verschillende voorbeelden opnoemen uit hun privéleven waarin ze anticipeerden op wat er mis kan gaan en hoe ze voorzorgsmaatregelen namen. Dat is immers niet alleen nodig in vastgoedprojecten, maar kan komt ook van pas tijdens een weekendje weg met vrienden. Of een uitje met het gezin.
Wat ze ook met elkaar gemeen hebben: ze zijn allebei van mening dat de R van GROTIK onlosmakelijk verbonden is met al die andere letters. Menno: “Risicobeheersing is eigenlijk de satéprikker van GROTIK. Elk risico heeft betrekking op geld, tijd, kwaliteit en de overige management of beheeraspecten.”