De software van Brink in een nieuw jasje!

De stikstofcrisis komen we wel te boven, hoewel er nog politieke verdeeldheid is en concrete maatregelen om het tij te keren ontbreken. De provincies hebben onlangs laten weten weer vergunningen op basis van de Wet Natuurbescherming af te geven indien de vergunningaanvrager aantoont dat een project over de gehele levensduur niet leidt tot een toename van de stikstofuitstoot. Zo kan een deel van de bouwprojecten voorlopig weer verder. Maar duidelijk is dat we duurzaamheid nog verder moeten verankeren in onze maatschappij en in ons denken. Dus ook in aanbestedingstrajecten.

Duurzaamheid in aanbestedingstrajecten

NU.nl kopte onlangs: ‘Bij driekwart aanbestedingen geen rol voor duurzaamheid’. Dit is wat kort door de bocht, want vaak zijn in de opdracht die wordt aanbesteed al harde duurzaamheidseisen verwerkt waaraan alle marktpartijen moeten voldoen. De opdrachtgever wil deze eisen vervolgens tegen een zo gunstig mogelijke prijs-kwaliteitverhouding laten uitvoeren zonder duurzaamheid deel te laten uitmaken van het gunningcriterium. Daar is natuurlijk niks op tegen.

Maar het stellen van harde duurzaamheidseisen betekent niet dat duurzaamheid in een aanbesteding dan geen belangrijke plaats meer kan innemen. Een aanbesteding kan júist worden gebruikt om duurzaamheid te vergroten. Bijvoorbeeld door de markt op specifieke (duurzaamheids-) criteria te beoordelen en dit mee te wegen in de beoordeling.

Innovatiepartnerschap als kans

Een kans ligt bij het inzetten van andere (op samenwerking gerichte) aanbestedingsprocedures dan de gebruikelijke niet-openbare procedure. Bij een niet-openbare procedure heeft de opdrachtgever zijn vraag vooraf vertaald in een (technisch volledig gespecificeerde) oplossing en biedt de markt vervolgens precies aan wat de opdrachtgever vraagt. Duurzaamheid kan worden vergroot door de markt meer te betrekken in de aanbestedingsprocedure. Denk bijvoorbeeld aan een concurrentiegerichte dialoog, waarbij de opdrachtgever zijn (functioneel gespecificeerde) vraag door middel van dialooggesprekken – waarin marktpartijen hun specifieke kennis inbrengen – aanscherpt en de marktpartijen hun oplossing toespitsen op de behoeften van de opdrachtgever.

Een andere procedure waarin de markt vergaand wordt betrokken, is de procedure van het innovatiepartnerschap. Deze aanbestedingsprocedure is voor het eerst opgenomen in de in 2016 herziene versie van de Aanbestedingswet 2012. De essentie is dat de opdrachtgever zijn behoefte formuleert en de markt deze behoefte invult met innovatieve oplossingen. In de procedure doorloopt de opdrachtgever samen met marktpartijen een ontwikkelproces om tot vernieuwende technieken, producten en/of diensten te komen. Het gaat hierbij om oplossingen die nog niet op de markt beschikbaar zijn of althans niet met het vereist prestatieniveau. Dit kunnen compleet nieuwe oplossingen zijn, maar ook aanmerkelijk verbeterde bestaande oplossingen. De procedure van het innovatiepartnerschap kan zich bijvoorbeeld erg goed lenen om een impuls te geven aan circulariteit: een ontwikkeling die veel belangstelling geniet, maar nog in de kinderschoenen staat.

Om de procedure van het innovatiepartnerschap te mogen toepassen, dient de opdrachtgever vooraf vast te stellen dat voor zijn behoefte een innovatieve oplossing nódig is, omdat met een bestaand product niet aan de behoefte kan worden voldaan. Dit vaststellen kan bijvoorbeeld door een marktverkenning of marktconsultatie.

3 fasen

De procedure van het innovatiepartnerschap kent 3 fasen:

  • de mededingingsfase, waarin de gegadigden worden geselecteerd en de geselecteerde gegadigden (al dan niet na het voeren van onderhandelingen) een inschrijving doen. De opdrachtgever beoordeelt de inschrijvingen op vooraf vastgestelde criteria en gunt de opdracht aan één of meer marktpartijen met de beste inschrijving;
  • de ontwikkelfase, waarin de innovatieve oplossing wordt (door)ontwikkeld. Stappen in deze fase kunnen zijn een ‘proof of concept’ en/of een pilotproject;
  • de commerciële fase, waarin de ontwikkelde oplossing wordt uitgevoerd.

In de procedure kan de opdrachtgever gunnen aan meer dan één marktpartij. Dan doorloopt de opdrachtgever dus gelijktijdig met meerdere inschrijvers de ontwikkelfase. Hierbij is het van belang dat de opdrachtgever vooraf regels opstelt, bijvoorbeeld op het gebied van kennisuitwisseling tussen de betrokken partijen, en daarbij de hoofdbeginselen van Europees aanbesteden te borgen.

Gezien de kans op innovaties of aanmerkelijk verbeterde producten die deze procedure kan opleveren, is het van belang vooraf afspraken te maken over intellectueel eigendom. En ook over tussentijdse beëindiging van de aanbestedingsprocedure en de vergoeding die marktpartijen ontvangen voor hun deelname aan de procedure. Het past dat de opdrachtgever ook een vergoeding betaalt als de procedure niet leidt tot een succesvolle innovatie of tussentijds wordt beëindigd.

Door het ontwikkeltraject dat de opdrachtgever samen met de markt doorloopt en de vergoeding die de opdrachtgever ervoor betaalt, wordt de drempel om te innoveren voor de markt lager. Innoveren kost doorgaans geld en de beschikbaarheid van geld voor innovaties is in een bouwsector, waar marges niet groot zijn, niet vanzelfsprekend.

Betrek de markt

Om de duurzaamheidsambitie van Nederland waar te maken om in 2050 energieneutraal en circulair te zijn, is een omslag nodig in ons denken en doen. Dit geldt ook voor ons denken bij aanbestedingsprocedures in de bouw. Aan de ene kant moeten opdrachtgevers ruimte bieden aan innovaties en het voor marktpartijen mogelijk maken met innovaties te concurreren. Anderzijds zal de markt in deze ruimte moeten duiken en haar kracht gebruiken om te innoveren. Om dit te bereiken, hebben opdrachtgever en marktpartijen elkaar nodig. Een juiste inrichting van de procedure van het innovatiepartnerschap faciliteert samenwerking en kan bijdragen aan een duurzamer bouwproces. Dit kost tijd en geld, en aan innovaties zijn vaak risico’s verbonden. Maar een duurzame wereld is een verantwoordelijkheid van ons allemaal en daar moeten we dus ook allemaal ons steentje aan bijdragen.