Werken bij Brink. Uitdagend anders. Wie durft?

Conjuncturele ommekeer

In crisistijd maakte de aannemer zich druk om zijn werkvoorraad en inkoopbeleid. Dat laatste is steeds meer zijn kerncompetentie geworden. De inkoopmarges bepalen grotendeels het succes van een project. En daar is niks mis mee. Degene die het risico neemt, heeft ook het recht op succes.

Sinds de conjuncturele ommekeer in 2015 zijn de prijzen flink gestegen. De onderstaande grafiek geeft een goed beeld van die prijsontwikkeling. Het is dan ook begrijpelijk dat de belangstelling voor de toepassing van indexcijfers is toegenomen. Een in de vastgoedwereld veel toegepaste index is die van het BdB.

Figuur 1: Prijsontwikkeling structureel en conjunctureel (cumulatief, periode 2012-2019)

Het BdB hanteert twee indexen. De structurele en de conjuncturele. De structurele index vertegenwoordigt de structurele stijging van lonen en materialen. Het representeert daarmee de stijging van het kostprijsniveau van een project. De conjuncturele index daarentegen geeft aan wat de invloed is van vraag en aanbod. Het representeert de stijging, bovenop het kostprijsniveau, ten gevolge van de marktomstandigheden.

Tot zover eigenlijk niks nieuws onder de zon.

Maar welke index gaan we nu hanteren?

Het wel of niet indexeren van prijzen ligt vast in de overeenkomst. Met welke index dat vervolgens gebeurt, is van wezenlijk belang! Structureel of conjunctureel? Wat is nu eigenlijk logisch? Om antwoord te geven op deze vraag moeten we terug naar de scheiding van verantwoordelijkheden tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Goed opdrachtgeverschap

De opdrachtgever heeft de verantwoordelijkheid te kunnen gunnen zodra hij aanbesteedt. Hij dient zich dus ervan te vergewissen dat hij voldoende budget heeft op het moment van aanbesteden. In beginsel begroot hij zijn ontwerp normatief*. Vervolgens houdt hij rekening met de stijging van het kostprijsniveau (structurele index) en de marktomstandigheden ten gevolge van vraag en aanbod (conjuncturele index). De combinatie van deze twee indexen geeft een goed beeld van het te verwachten prijsniveau. De daadwerkelijke inschrijvingen worden vervolgens bepaald door de inschatting van risico’s en de werkvoorraad van de aannemers.

Met de aanbesteding heeft de opdrachtgever zijn verantwoordelijkheid voor het opvangen van conjuncturele invloeden genomen. Met andere woorden: de markt heeft haar werking gehad. Verrekening na de aanbesteding vindt dus plaats op basis van de structurele index. Want bij toepassing van de conjuncturele index zou opnieuw marktwerking optreden. Dat is een risico dat de opdrachtgever niet hoeft te dragen.

Verantwoordelijkheid opdrachtnemer

De verantwoordelijkheid om een aanbieding te doen waarmee de aannemer het werk kan maken ligt bij de aannemer. Dus ook toekomstige fluctuaties door vraag en aanbod dienen door de aannemer te worden ingeschat. De aannemer heeft namelijk grip op zijn inkoopbeleid. Mocht in een contract een verrekening zijn opgenomen dan betreft dit dus de structurele index.

Structureel dus, tenzij…

Er zijn omstandigheden waarin verrekening op basis van de structurele én conjuncturele index redelijk is. Dit betreft langlopende realisatietrajecten waarbij de inkoopstrategie van de aannemer onvoldoende grip kan bieden op vraag en aanbod. BDB hanteert hier een termijn voor van langer dan 2,5 jaar. Bij exorbitante prijsstijgingen van specifieke materialen of bij een significante scopewijziging is de aannemer (uiteraard!) gerechtigd de werkelijke prijsstijging te verrekenen.

Kortom, het is begrijpelijk dat verrekeningsindexen niet eenduidig worden toegepast. Echter geredeneerd vanuit de verantwoordelijkheden is duidelijk dat generieke verrekening binnen een termijn van 2,5 jaar louter gebaseerd kan zijn op de structurele index. Een opdrachtgever kan namelijk vanuit zijn verantwoordelijkheid, na de aanbesteding, niet langer het risico lopen van conjuncturele invloeden. Voor de aannemer daarentegen is inkopen een kerncompetentie, omdat hij wel grip heeft op de invloed van vraag en aanbod. Om onduidelijkheden te voorkomen zou een opdrachtgever kunnen overwegen helemaal geen indexering toe te passen, maar beter is de exacte index te benoemen.

Heeft u een vraag en/of een opmerking over dit artikel of wilt u meer informatie? Neem contact op met Peter Timmermans.

*Normatief begroten: begroten van de kwaliteit van een ontwerp, met een gelijkblijvend prijsniveau, zodat zuiver de kwaliteit van het ontwerp wordt begroot.